Na de jaren veertig en vijftig, waarin de wederopbouw centraal stond, kwam er een kentering in de jaren zeventig: Rotterdam richtte zich op de recreatieve functie. Blaak zou een gebied worden waarin zowel geflaneerd kon worden door voetgangers, als waar autoverkeer zich kon verplaatsen. Een brede middenberm zou als voetgangersgebied functioneren. Van deze plannen werd afgezien, maar het voorstel om een kunstwerk te plaatsen werd wel uitgevoerd: de keuze viel op Lon Pennock om een kunstwerk te ontwerpen. Pennock had lesgegeven aan de Academie van Beeldende Kunsten aan de Blaak en was vertrouwd met de omgeving. In 1984 werd het beeld geplaatst. Twee langwerpige stroken ijzer accentueren de hoogte, staand op de lengteas van de Blaak en vormen een poort voor de voetgangers die de Blaak oversteken. De twee elementen vormen een opvallende verticale bijdrage aan de stedelijkheid van het gebied. Ze doen denken aan obelisken of pilaren in een strakke moderne vormgeving. De beide delen hellen licht voorover, waardoor het beeld spanning krijgt. Foto: Bas van Leeuwen